Een uitnodiging tot verwondering — onvoorwaardelijk.

Stel je voor: je favoriete serie op Netflix eindigt.
Je hebt er wekenlang naar gekeken, misschien zelfs een beetje in geleefd. Het slot raakt je, je voelt een leegte — en dan?
Dan begin je aan de volgende. Want er is altijd meer content, nieuwe prikkels, nieuwe afleveringen. Het gemis wordt niet echt doorleefd, alleen vervangen.
Er komt vast weer een nieuw seizoen …
Zo lijken we ook te reageren op het verdwijnen van bijen, vogels, vlinders. We merken het op — „jammer dat er geen vlinders meer zijn in de tuin” — maar al snel wordt het gemis bedekt door iets anders:
een oplossing, een vervanging, een andere focus. Niet zelden met een prachtige natuurdocumentaire op een scherm. Als de natuur niet direct voor ons overleven nodig is, moet ze blijkbaar een recreatie- of entertainmentfunctie vervullen.
Een functionerende wereld
En ondertussen vinden we technische alternatieven:
mini-drones die bestuiven, genetisch gemodificeerde zelfbestuivers, algoritmes die ecosystemen simuleren. Alles functioneert. Alles is geregeld.
Maar: wat verliezen we als alles alleen nog functioneert?
Zonder vlinders, vogels of bijen is er misschien nog voedsel. Er zijn nog systemen die draaien. Alles doet wat het moet doen.
Maar er is geen gezoem meer op zomeravonden, geen verwondering in de tuin, geen onverwacht leven dat opduikt tussen het gras.
Kiezen we straks uit een reeks “natuurgeluiden voor in de tuin” in een app, met de mogelijkheid om tegen betaling premium vogelszang of zomers gezoem van bijen toe te voegen?
Wat overblijft zijn functionerende systemen van mensenhand. En het ironische is: zolang we niet te ver ingrijpen, is de natuur zélf een verbazingwekkend efficiënt systeem — adaptief, wederkerig, zichzelf vernieuwend. Alleen: ze doet dat buiten onze controle. En dus vertrouwen we haar niet.
Omdat
We beschermen soorten omdat ze CO₂ opslaan, stress reduceren, muggen eten of bloemen bestuiven. De kikker omdat hij muggen bestrijdt, de zweefvlieg omdat hij — net als de bij — bloemen bezoekt.
Maar wat gebeurt er als we zo blijven spreken?
We stellen het woord „omdat” centraal — en daarmee de functie, niet het bestaan. Dan leren we onszelf precies dat af wat ons mens maakt: iets waardevol vinden, zonder dat het iets oplevert.
Misschien is het tijd om dat om te keren.
Misschien is het tijd om te erkennen: iets heeft geen waarde omdat —
het is waarde, zonder voorwaarde.
Productiemiddel mens
Hoe we over natuur denken, dat sijpelt door in hoe we mensen bekijken. Als de waarde van bijen, bomen en bossen alleen in hun functie ligt —dan geldt dat straks ook voor ons.
We zijn al goed op weg:
– Human Capital,
– Return on Investment,
– Werkgeluk als KPI,
– Recreatie als opladen om weer te presteren.
Zelfs onze rust moet renderen.
Plagiatisme
We zeggen vaak dat we van de natuur willen leren.
Maar wat we meestal bedoelen, is: leren hoe we haar kunnen namaken. Zodra technologie iets nabootst — een vleugel, een zwerm, een blad — zijn we onder de indruk. Maar wanneer de natuur zélf het laat zien, kijken we nauwelijks nog op.
Neem het lotuseffect: waarbij water en vuil eenvoudigweg van een oppervlak afparelen. Briljant — voor onze regenjassen en badkamertegels. De lotusbloem zelf? Ja, mooi — maar verder niet echt van belang.
We verwonderen ons over wat we kunnen ontwerpen, maar zelden over wat er gewoon is. Niet omdat we het niet mooi vinden, maar omdat het niets oplevert. Geen directe winst, geen nieuwe prikkel.
Mag het gewoon zijn?
Soms zeggen mensen: „Ik mis de vogels in mijn tuin, het was zo gezellig.“ Of: „Jammer dat er geen vlinders meer zijn — het was altijd zo’n mooi gezicht.“ En natuurlijk is dat begrijpelijk. Maar ook dat blijft binnen de logica van functie: het gaf ons iets.
Wat als we verder kijken dan dat?
Wat als we erkennen dat andere wezens er niet zijn voor ons, maar met ons — of zelfs gewoon zíjn, onafhankelijk van ons?
Dat hun aanwezigheid waardevol is, zelfs als ze niets bestuiven, niets mooier maken, niets ‘opleveren’. En dat juist dít besef ons menselijker maakt.
Kunnen we onvoorwaardelijk waarderen?
We kunnen veel vervangen. Maar wat verliezen we als we alleen nog waarderen wat functioneert?
Kunnen we vooruit naar een wereld waarin we niet dóór de natuur bewegen,
maar erin aanwezig zijn? Niet vanuit controle, maar vanuit verbinding?
Niet terug, niet vooruit — maar aanwezig, zoals adem. In wat er is.
Verwondering.
Is.
Laten.
Zijn.


